Eeuwige, op deze avond denken wij in ons gebed aan allen die lijden.
Ons hart is bij mensen die machteloos zijn, geen been hebben om op te staan.
Mensen zonder kracht, die bijna één geworden zijn met het stof van de dood.
God, u boog zich over hun gebogenheid, u hoort hun bidden.
Dat onze stilte hun onhoorbare gebed mag horen.
Ons hart is bij mensen die niet meetellen, die afgeschreven zijn, monddood gemaakt.
U hoort hun aanklacht en hun roepen, hun woordeloze bidden.
Dat ons bidden stem geeft aan hun zwijgend verzet.
Ons hart is bij mensen die dwalen, en nergens thuis zijn.
God, u gaat met hen mee, bent begaan met hen, alle eeuwen door.
Geen ogenblik verliest u hen uit het oog.
Laat ons bidden stem geven aan die rusteloosheid en het oneindige verlangen naar een veilig bestaan.
Ons hart is bij mensen die geen kant meer op kunnen, die innerlijk verscheurd zijn.
God u bent in hen gebroken en gekruisigd.
Wees hun lijden, wees hun genezing.
Dat wij trouw blijven, tot in de dood.
Ons hart is bij allen die moeite hebben met de nacht, God u waakt over hen.
Al eeuwen draagt u hun verdriet.
Dat wij blijven waken, ook in dit uur en in deze nacht.
God, ons hart gaat uit naar U.
U die stilte bent, het woordeloze bidden van zovelen.
Wees ons genadig.
Amen
Pasen – Dat licht
(C) Rinus van Warven, 22 maart 2026
Dat licht in mij
brandt soms onder de stilte,
verborgen achter woorden
die ik niet durf te spreken.
Toch fluistert het zacht mijn naam,
alsof het mij al kent.
Dat licht in jou
glanst onverwacht naar buiten,
in een lach die openbreekt
door muren van gewoonte.
Even zie ik wie je bent,
ver voorbij je verhaal.
Dat licht in ons
ontwaakt waar wij ontmoeten,
in het ritme van nabijheid
dat geen uitleg nodig heeft.
Daar worden wij even thuis
in elkaars bestaan.
Dat licht tussen ons
weeft draden van vertrouwen,
over afgronden van twijfel
en oude pijn van vroeger.
Het leert ons opnieuw te gaan
over paden zonder angst.
Dat licht voorbij ons
roept zonder stem te klinken,
trekt ons uit het kleine
naar een wijdere horizon.
Alsof het leven zelf zegt:
kom, word wie je bent.
Dat licht van altijd
stroomt door tijden en namen,
door lichamen die vergaan
en harten die blijven zoeken.
Het is ouder dan ons begin
en jonger dan elke dag.
Dat ene licht
dat wij elkaar herinneren,
wanneer jij mij werkelijk ziet
en ik jou laat verschijnen.
In dat zien worden wij vrij
en weten wij: wij zijn licht.