De Open Hof op weg naar 2033 De Open Hof op weg naar 2033
Op een gewone zondagmorgen gaan de deuren van De Open Hof open. Mensen komen binnen zoals ze dat al jaren doen: sommigen bijna wekelijks, anderen af en toe, weer anderen vooral via De Huiskamer, een activiteit, een ontmoeting, een rouwmoment, een gesprek. Er is koffie, er klinkt muziek, er wordt gebeden, gelachen, gezwegen. Iemand schuift aan omdat hij zich eenzaam voelt. Een ander komt omdat de zondagse viering houvast geeft. Een derde komt niet vaak meer, maar zegt nog steeds: “Dit is wel mijn gemeente.”

Dat is de wereld van De Open Hof: een gemeente die wil leven uit Gods liefde, in veelkleurigheid en verbondenheid, met zorg voor elkaar en Gods schepping. Een gemeente die open wil zijn, midden in Oud-Beijerland, een plek van ontmoeting, stilte, gesprek, trouw en rouw, omzien naar elkaar, en aandacht voor kruispunten in het leven. In het beleidsplan heet dat niet voor niets: een “open hof” — letterlijk en figuurlijk.

Maar onder die vertrouwde zondagmorgen klinkt een andere toon mee. De kerkenraad en het College van Kerkrentmeesters zien wat velen voelen: de gemeente vergrijst, het aantal dragende schouders neemt af, sleutelrollen worden kwetsbaar, en financieel is doorgaan op de huidige voet niet houdbaar. De vraag is niet langer alleen: “Hoe willen wij gemeente zijn?” De vraag is scherper geworden: “Hoe zijn wij in 2033 nog vitaal, levendig en gezond?”

De financiële cijfers maken die vraag dringend. Zonder ingrijpen loopt het tekort richting 2033 fors op en komt de continuïteit van De Open Hof in gevaar. Zelfs mét maatregelen blijft er spanning. Tegelijk is er vermogen, maar dat vermogen heeft ook bestemming, onder andere voor groot onderhoud en mogelijk een toekomstige pastorie.

Daarmee ontstaat het dilemma van ons verhaal: wij willen een open, gastvrije, pastorale en missionaire gemeente blijven, maar de draagkracht — financieel én menselijk — staat onder druk.

Als zo’n spanning zichtbaar wordt, is de eerste neiging begrijpelijk: oplossingen zoeken in losse maatregelen. Iets minder kosten hier. Iets meer verhuur daar. Een actie voor vrijwillige bijdragen. Een activiteit erbij. Een taakgroep vragen nog één keer extra bij  te dragen.

Maar juist daar dreigt het gevaar. Als we alles willen behouden én alles willen vernieuwen, vragen we te veel van te weinig mensen. Dan wordt De Huiskamer overvraagd. Dan wordt pastoraat afhankelijk van enkele trouwe dragers. Dan worden vieringen wel belangrijk gevonden, maar niet werkelijk vernieuwd. Dan blijft het gebouw open, maar groeit de druk op koster, vrijwilligers en financiën.

De gemeenteavond liet zien hoe rijk de betrokkenheid is, maar ook dat de beschikbaarheid van mensen begrensd is. Gemeenteleden noemen de onderlinge verbondenheid, de zondagse vieringen, de open sfeer en gastvrijheid als dragende waarden. Tegelijk zeggen zij: we willen wel helpen, maar tijd, gezondheid en langdurige verplichtingen zijn belemmeringen. Zij vragen om aandacht voor jongeren en gezinnen, om eigentijdse vormen van liturgie en muziek, om pastoraat, ontmoeting en samenwerking.
Zo lopen de wensen en mogelijkheden uit elkaar. De behoefte is groot. De middelen zijn beperkt. En de toekomst komt dichterbij.

Het keerpunt ontstaat wanneer we ophouden te vragen: “Wat moeten we allemaal blijven doen?” en ons als kerkenraad en gemeenteleden afvragen: “Waar roept God ons nu toe, gegeven wie wij zijn en wat wij kunnen dragen?”

Scenario’s helpen om die vraag eerlijk te stellen. Zij laten zien dat er vier mogelijke werelden zijn: een sterke kern, een overvraagde Huiskamer, licht uitdoen, of een spirituele dorpshub. Geen enkel scenario is financieel vanzelf gezond; overal blijft een exploitatietekort. Maar de scenario’s laten ook zien waar hoop zit: niet in krampachtig vasthouden, maar in gericht investeren in interne draagkracht én in vormen die aansluiten bij echte vragen van mensen.

Daarom is het cruciale inzicht dit: De Open Hof moet niet kiezen tussen “naar binnen” en “naar buiten”. Zij moet de binnenkant versterken om naar buiten toe betrouwbaar open te kunnen zijn.

Dat vraagt om een beleid voor de komende twee jaar dat niet begint met afbouwen, maar door terug te gaan naar de Bron. Twee jaar om te ontdekken of de gemeente haar draagkracht kan vergroten. Twee jaar om mensen opnieuw eigenaar te maken van de toekomst. Twee jaar om scherp te kiezen.
Wij stellen voor om te investeren in vier bewegingen.

Allereerst: vernieuw verder en versterk de zondagse vieringen. Niet omdat alles bij het oude moet blijven, maar omdat daar voor velen de bron ligt. Maak ruimte voor herkenning én vernieuwing: andere muzikale vormen, begrijpelijke taal, actuele verkondiging, vieringen die ook jongeren, gezinnen en zoekers kunnen aanspreken.

Ten tweede: versterk pastoraat en onderlinge verbondenheid. Niet alleen via formele structuren, maar ook via kleine, haalbare taken. Een paar adressen. Een appgroep. Een proef met een kerk-app. Huiskringen of tafelgesprekken. Pastoraat wordt dan niet alleen iets van ambtsdragers, maar van een gemeenschap die elkaar ziet.

Ten derde: geef vorming en toerusting een herkenbaar ritme. Huiskamerpresentaties, gesprekken over levensvragen, kruispunten in het leven, geloof en twijfel, ouder worden, mantelzorg, opvoeding, verlies. Zo wordt De Open Hof een plek waar zingeving niet abstract blijft, maar dicht bij het leven komt.

Ten vierde: gebruik gebouw en Huiskamer missionair én verstandig. Zoek meer passende verhuur, versterk samenwerking, werf vrienden van De Open Hof, maar bewaak dat openheid niet leidt tot overbelasting. Meer inkomsten vragen ook organisatie, kosterinzet en grenzen.

De keuze die nu voorligt is daarom geen sprong in het diepe, maar een gelovige, bestuurlijk verstandige tussenstap: gebruik, als de kerkenraad dat verantwoord acht, tijdelijk een deel van gereserveerde middelen om de interne draagkracht te versterken — met een duidelijke herijking na twee jaar.

Niet om tekorten te maskeren. Niet om moeilijke keuzes uit te stellen. Maar om te toetsen of De Open Hof werkelijk kan groeien in betrokkenheid, bijdrage, inzet en betekenis.

Na twee jaar moet helder zijn: dragen meer mensen mee? Groeien inkomsten uit bijdragen, vrienden en verhuur? Worden vieringen als levendiger ervaren bij jongere generaties? Is pastoraat breder gedragen? Heeft De Huiskamer meer betekenis zonder overvraagd te raken? Dan kunnen we verder bouwen. Zo niet, dan vraagt rentmeesterschap om scherpere keuzes.

In 2033 zien we dan hopelijk opnieuw een zondagmorgen. De deuren gaan open. Er klinkt muziek. Iemand komt binnen na een week van zorgen. Een jong gezin schuift aarzelend aan. Een oudere wordt begroet bij naam. In De Huiskamer is later die week een gesprek over verlies, hoop en geloof.
En iemand zegt: “Wat goed dat deze plek er nog is.”
Niet omdat alles hetzelfde bleef. Maar omdat De Open Hof op tijd durfde te kiezen: geworteld in Gods liefde, open naar het dorp, eerlijk over geld, zuinig op mensen, en hoopvol onderweg.


 
terug