Brieven aan onszelf - te openen in 2033 Brieven aan onszelf - te openen in 2033
Onze ds. Carla nodigt ons uit om ons voor te stellen dat we in 2033 terugkijken op de beleidskeuzes die me nu in 2026 maken.

Ter ondersteuning gebruikte ze de symboliek van een envelop. In de lijn van de profeten en verwijzend naar lied 976, waarin staat: “Ons heeft de Heer met liefde neergeschreven.” en een bewerking van het Hooglied van de Liefde uit 1 Korintiërs 13 door Karel Eykman, vraagt ds. Carla ons na te denken over de vraag: zouden wij ook een brief kunnen schrijven over de toekomst van onze gemeente?

Hieronder ter inspiratie 3 fictieve brieven:



Brief 1 – vanuit het perspectief van een 20-jarige vrouw

Lieve ik in 2033,
Als je deze brief leest, ben je zeven jaar verder. Ik probeer me voor te stellen wie je dan bent. Misschien ben je inmiddels afgestudeerd, werk je ergens waar je energie van krijgt, woon je op jezelf of samen met iemand. Misschien is je leven heel anders gelopen dan ik nu denk. Dat vind ik spannend, maar ook mooi.

Op dit moment zit ik in de laatste fase van mijn studie. Alles voelt tegelijk open en onzeker. Iedereen vraagt wat ik hierna ga doen. Welke baan? Waar wonen? Wat wil je bereiken? Soms voelt het alsof mijn leven nu echt moet beginnen en alsof ik meteen goede keuzes moet maken. Ik wil graag iets betekenen, maar weet niet altijd hoe. Ik wil carrière maken, maar niet opgeslokt worden door werk. Ik wil vrij zijn, maar ook ergens bij horen. Ik wil geloven, maar soms weet ik niet precies wat dat betekent als je volwassen wordt.

Daarom vraag ik me af: hoe helpt de kerk mijn leven richting geven?

Niet door mij kant-en-klare antwoorden te geven, hoop ik. Daarvoor is het leven te ingewikkeld. Maar wel door mij steeds opnieuw te herinneren aan wat belangrijk is. Dat ik niet alleen ben wat ik presteer. Dat mijn waarde niet afhangt van mijn cijfers, mijn cv, mijn salaris of hoe geslaagd mijn leven eruitziet. Dat er een God is die mij ziet voordat ik iets heb bewezen.

Ik hoop dat De Open Hof in 2033 een plek is waar jonge mensen zich welkom voelen, ook als ze zoekend zijn. Waar ruimte is voor vragen over werk, relaties, keuzes, twijfel, klimaat, onrecht en zingeving. Waar ik niet alleen hoef te luisteren, maar ook mag meepraten. Waar oudere gemeenteleden hun ervaringen delen zonder te oordelen. Waar vieringen taal spreken die mijn leven raakt.

Mijn bijdrage? Ik hoop dat ik niet ben blijven wachten tot iemand mij vraagt. Misschien heb ik meegedacht over vieringen voor jongeren en jonge volwassenen. Misschien heb ik geholpen bij gesprekken over levenskeuzes. Misschien heb ik gewoon af en toe iemand meegenomen, koffiegeschonken of eerlijk verteld dat geloven soms lastig is.

Lieve toekomstige ik: ik hoop dat je nog steeds zoekt. En dat je hebt ontdekt dat zoeken ook geloven kan zijn.
Met hoop,
je jongere zelf



Brief 2 – vanuit het perspectief van een 40-jarige vrouw

Lieve ik in 2033,
Ik schrijf deze brief op een moment dat mijn hoofd eigenlijk te vol is. Er ligt was, er zijn appjes van school, werk vraagt aandacht, één van de kinderen moet naar sport, er moet nog iets geregeld worden voor mijn ouders, en ergens tussendoor probeer ik ook nog partner, vriendin, dochter, collega en gemeentelid te zijn.

Ik ben veertig. Soms voelt dat volwassen, soms helemaal niet. Van buiten lijkt het misschien alsof ik het redelijk op orde heb. Een gezin, werk, een agenda vol afspraken, kinderen die opgroeien, een huis waar altijd wel iets moet gebeuren. Maar van binnen stel ik mezelf vaak de vraag: doe ik het wel goed?

Ben ik geduldig genoeg met de kinderen? Ben ik genoeg aanwezig thuis? Doe ik mijn werk goed genoeg? Ben ik attent genoeg voor vrienden? Laat ik mijn ouders niet te veel alleen? Draag ik genoeg bij aan de kerk? En ergens onder al die vragen zit misschien nog een diepere: ben ik genoeg?

Ik hoop dat jij, als je dit in 2033 leest, milder bent geworden. Niet omdat alles rustiger is geworden — misschien is dat helemaal niet zo — maar omdat je hebt geleerd dat goed leven niet hetzelfde is als alles perfect doen. Ik hoop dat je hebt ontdekt dat liefde vaak zit in kleine dingen: luisteren aan tafel, sorry zeggen, iemand vasthouden, een kaartje sturen, toch even naar de kerk gaan, ook als je moe bent.

Wat hoop ik van De Open Hof? Dat het een plek is waar mensen zoals ik niet alleen gevraagd worden om nog iets extra’s te doen, maar ook gezien worden in hoe vol het leven al is. Een plek waar gezinnen welkom zijn zoals ze zijn: druk, rommelig, soms te laat, soms maar half aanwezig. Een plek waar kinderen zich thuis voelen en ouders niet het gevoel hebben dat ze falen. Een plek waar geloof verbonden wordt met het gewone leven: opvoeden, zorgen, werken, grenzen stellen, loslaten.

Mijn bijdrage richting 2033 hoeft misschien niet groots te zijn. Misschien heb ik geholpen om activiteiten haalbaar te maken voor gezinnen. Misschien heb ik meegedacht over kinder- en tienerwerk. Misschien heb ik een keer een maaltijd georganiseerd, een gesprek geleid of een ander gezin uitgenodigd. Misschien was mijn bijdrage vooral dat ik eerlijk durfde te zeggen: het is veel, maar ik wil wel verbonden blijven.

Lieve toekomstige ik: ik hoop dat je weet dat je niet alles hoeft te dragen. En dat de kerk een plek is gebleven waar anderen mee dragen.
Met liefde,
je ik van nu



Brief 3 – vanuit het perspectief van een 70-jarige man
Beste ik in 2033,
Als je deze brief leest, ben je zevenenzeventig. Dat klinkt nu nog ver weg, maar ik weet inmiddels hoe snel jaren voorbijgaan. Ik ben zeventig, met pensioen, en mijn leven is anders dan vroeger. De agenda wordt minder bepaald door werk, maar dat betekent niet dat er niets meer te doen is. Er zijn kinderen, kleinkinderen, afspraken, zorgen, herinneringen. Mijn ouders zijn overleden. Dat voelt nog steeds vreemd. Alsof er een generatie boven mij is weggevallen en ik ineens zelf meer aan de voorkant van de tijd sta.

Ik kijk vaker terug. Op mijn werkzame leven, op keuzes die ik maakte, op wat lukte en wat niet. Op momenten waarop ik te druk was. Op mensen die belangrijk waren. Op geloof dat soms vanzelfsprekend voelde en soms juist niet. Ik merk dat ouder worden niet alleen gaat over loslaten, maar ook over opnieuw ontdekken wat je nog te geven hebt.

Mijn vraag is: hoe kan ik mijn levenslessen inzetten om anderen te helpen?

Ik heb geleerd dat niet alles maakbaar is. Dat relaties onderhoud vragen. Dat kinderen hun eigen weg gaan. Dat verlies bij het leven hoort, maar liefde ook. Dat geld belangrijk is, maar nooit het belangrijkste. Dat zwijgen soms wijs is, maar oprechte woorden ook nodig zijn. Dat trouw niet spectaculair is, maar wel kostbaar. Dat een kerk niet bestaat uit stenen of structuren, maar uit mensen die elkaar blijven opzoeken.

Ik hoop dat De Open Hof in 2033 nog steeds een plek is waar generaties elkaar ontmoeten. Waar ouderen niet alleen worden gezien als mensen die vroeger veel deden, maar als mensen met verhalen, tijd, aandacht en wijsheid. Waar jonge mensen vragen durven stellen en ouderen durven luisteren voordat ze antwoorden geven. Waar een gesprek tussen twintig en zeventig vanzelfsprekender is geworden.

Mijn bijdrage? Ik hoop dat ik mijn ervaring niet voor mezelf heb gehouden. Misschien heb ik meegedaan aan gesprekken over levensvragen. Misschien heb ik jonge ouders bemoedigd. Misschien heb ik een jongere geholpen bij keuzes rond werk en geloof. Misschien heb ik pastorale bezoekjes gedaan, gereden voor iemand die slecht ter been is, of gewoon trouw koffiegedronken met iemand die alleen was.

Ik hoop dat ik niet bitter ben geworden over wat voorbij is, maar dankbaar om wat nog kan. En ik hoop dat ik heb geholpen om De Open Hof een plek te laten zijn waar mensen niet alleen ouder worden, maar ook wijzer, zachter en meer verbonden.
Met vertrouwen,
je zeventigjarige zelf



 
terug