Liturgische schikkingen in de Veertigdagentijd

Pasen
Liturgische schikkingen in de Veertigdagentijd
De bloemschikkingen zullen in de weken op weg naar Pasen in het teken staan van de zeven werken van barmhartigheid. Ze slaan dus niet terug op onze lezingen maar steeds op een van de goede werken. Vandaar ook de plaats van de uitleg van de bloemschikking: op het moment dat wij het in de kerkdienst hebben over onze dienstbaarheid aan de wereld, in onze gebeden en in de collecte.
Over de werken van barmhartigheid zegt Jezus: alles wat je doet voor iemand anders, doe je ook voor mij.

Pasen, 4 april 2021

We zien de Paastuin met het geopende graf dat de  vorm heeft van de Ichtus-vis met de opgerolde doeken. De letters van ICHTUS, Grieks voor vis, staan voor Jezus Christus Zoon van God Redder.
Het palmblad en de witte roos, verbeelden dat Jezus de dood heeft overwonnen. Het palmblad roept victorie. Nooit was Jezus van God los. Ook in de dood werd Hij gedragen door God, gesymboliseerd door het vingerblad. De zuidewindlelie (wijsheid) en het mos (zachtheid en liefde) vertellen hoe Hij heeft geleefd.
Het stukje links is allemaal Paasvreugde en geeft nieuw leven en blijdschap weer.

Goede Vrijdag, 2 april 2021: Het kruis staat centraal
De rode roos symboliseert Jezus, terwijl de rode anemoon vertelt over zijn lijden, zijn bloed. Geel is de kleur van de haat, de gele roos symboliseert de mens die toekijkt zonder te helpen. In Jezus moeilijke momenten laat de mens het afweten.
De Judaspenning symboliseert wat er vooraf gegaan is aan deze val, verraad, verloochening, de zilverlingen als bloedgeld. De witte magnolia bloeit nog voor zij bladeren krijgt en vertelt dat God, ook als er nog geen teken van leven is, trouw blijft.

Witte Donderdag, 1 april 2021
Als Jezus afscheid neemt van zijn leerlingen drukt hij hen op het hart om hem te gedenken. Maar niet alleen hém. Ook waar hij voor heeft geleefd en waarvoor hij is gestorven. Als wij Jezus gedenken, herinneren wij ons ook weer dat wíj zijn lichaam op aarde zijn. De schikking symboliseert dat laatste avondmaal, die de matzes en de druiven. De anjers, bloem van de toewijding, verzameld rondom die ene witte roos. Er is een afwijkende anjer, een afwijkende leerling, en dat is Judas. De brem staat voor de nederigheid waarmee Jezus van de tafel opstond om zijn leerlingen de voeten te wassen. Als een blijvend voorbeeld van dienstbaarheid.

6e zondag in de Veertigdagentijd, 28 maart 2021
Vandaag: De doden begraven ‘Toen de zon was ondergegaan dolf ik een graf en begroef ik het lijk’ - Tobit 2:7. Wie Matteüs 25 leest, komt dit werk van barmhartigheid niet tegen. Toch is het al snel een van de werken geworden. Volgens sommigen om op zeven werken uit te komen.
Volgens anderen omdat het begraven van de doden zeker net zo’n plicht is als iemand te eten geven: het niet doen is geen optie. Het goed begraven van de doden is in Bijbels perspectief een belangrijke gebeurtenis. Jakob laat zijn zonen zweren dat ze zijn lichaam meenemen als ze uit Egypte zullen gaan om he te begraven in Kanaän.  En Jozef van Arimathea besteedt alle moeite om Jezus goed te begraven. Ook na de dood draag je zorg voor iemand en bevestig je op die manier zijn bestaan. Onze doden zijn ons voorgegaan en samen met hen kijken we uit naar het nieuwe leven.

Bij de schikking:
In de vazen staan paarse tulpen, paars is de kleur van reflectie en gedenken. De tulp symboliseert ook het gebed. De verbinding tussen de vaasjes wordt gelegd door rozemarijn. Het bitterzoete kruid, het symbool voor de herinnering aan het leven. De klimop verbeeldt Gods trouw.
Vanaf de vroege kerk speelt in het licht van de opstanding nog iets anders mee. De doden begraven betekent ook dat je iemand als het graan in de akker legt, zaad dat ontkiemt, in afwachting van de grote dag (graankorrels). En zo dragen we ook vandaag nog altijd zorg voor onze doden. We zijn verdrietig om hun heengaan, de gebogen takjes symboliseren rouw en verdriet, maar samen met hen kijken we uit naar de dag van het nieuwe leven. Gods barmhartigheid schept toekomst, midden in het land van de dood. De witte roos verwijst al naar het licht het Licht van Pasen. Het licht breekt ondanks alle verdriet door, hoopvol uitzicht naar het nieuwe leven, gesymboliseerd door de witte roos.

5e zondag in de Veertigdagentijd, 21 maart 2021
Vandaag: De hongerige te eten geven, ‘Ik had honger en jullie gaven mij te eten’ - Mattheus 25 : 35.

Bij de schikking: Brood om te leven, brood om te delen. De basis daarvan wordt gevormd door de aren van koren en gerst. De witte en bruine bonen en de ontkiemde tuinkers vertellen over kiemkracht en groei die nodig is om te kunnen (over)leven.
De schikking links is gebaseerd op Jezus’ opdracht ‘geven en delen’ en het lied: “Handen heb je om te geven van je eigen overvloed”. De handen zijn geopend om te geven en de duizendschoon die in de handen staat is het symbool van helpende handen. De korenaren symboliseren het delen van het brood . De bundeltjes gras zijn als vier windstreken die vertellen dat mensen wereldwijd, in alle veelkleurigheid (de kleine vaasjes met gekleurde roosjes) recht hebben op brood.

‘Als je straks terugkijkt: wat heb jij dan voor je naaste gedaan. Heeft hij te eten gekregen of kwam hij om van de honger?’ Door heel de Bijbel heen is dat de grondtoon: een mens heeft recht op eten, op brood. Zelfs je vijand, zo staat in Spreuken. Wie brood heeft kan leven, kan verder de toekomst in kijken. En daarmee denken we, nu we richting Pasen gaan, ook aan het brood dat Jezus deelt. Het was een goede gewoonte in de kerk om het brood van het avondmaal na afloop te delen met de armen. Een gebaar waar beide beelden prachtig samenkomen: brood om te leven, volop te leven!
De basale nood van het menselijke bestaan, eigenlijk meer een plicht als een werk van barmhartigheid.  
Jezus zelf gaf het voorbeeld door brood te delen:
 o.a. spijziging van de 5000 en de instelling van het avondmaal richting Pasen
 brood dat Jezus deelt, maar ook zichzelf gedeeld heeft.


4e zondag in de Veertigdagentijd, 14 maart 2021
Vandaag: De naakten kleden, ‘Ik was naakt en jullie kleedden mij’ - Matteüs 25:36

Voor deze schikking zijn de glazen ‘warm’ bekleedt. In de glazen staan bloeiende bloesems,  zij staan voor veelkleurig en feestelijkheid van kleding. De brem (duurzaamheid) en de bloesems vormen samen een ’luchtig geweven kleed’. De meidoorn symboliseert voorzichtigheid.
De katoenbollen zijn al ver voor Christus basis voor kleding. De kleine schikking links laat Jezus’ opdracht zien: anderen in hun waarde laten (gerbera) en toegewijd zijn (anjer). Anjers worden ook geassocieerd met Sint Maarten die zijn mantel deelde met een bedelaar.
De kleur is roze, omdat het witte licht van Pasen al door het paars van de veertigdagentijd heen schemert.
Naakt betekent niet alleen zonder kleren zijn, maar ook geen plek in de gemeenschap hebben, er buiten staan, werkloos in alle opzichten, geen waardigheid meer bezitten.
Kleding biedt ons bescherming tegen hitte, tegen kou en tegen de blikken van andere mensen. Ook vertellen we met onze kleding graag iets over wie we zijn en hoe we ons voelen. We kleden ons mooi, netjes, feestelijk, gedecideerd, creatief. Laten we dit iedereen gunnen en ruimhartig delen van wat we hebben. Laten we ons bovendien bewust zijn van waar onze kleding vandaan komt en ons niet bekleden met onrecht.

3e zondag in de Veertigdagentijd, 7 maart 2021
Vandaag: De vreemdeling onderdak bieden. ‘Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op’ Matteüs 25:35.
De vogelnestjes bieden en veilige plaats voor mensen die onderdak nodig hebben. Net als de bladeren van de schoenlappersplant, die beschutten tegen regen, zon en wind.
Het kwetsbare viooltje -de vreemdeling- mag schuilen in al die geborgenheid. Het pad van stenen verwijst naar de kilheid en hardheid die de vreemdeling op zijn tocht tegenkomt. Ook de eucalyptus staat voor bescherming. In het Oude Testament wordt zorg breder getrokken dan alleen vreemdelingen, ook armen, verdrukten, weduwen en wezen, kortom mensen die anders zijn dan de groep en niet mee kunnen komen in de maatschappij. Links is te zien hoe belangrijk het is dat mensen zich naar elkaar toebuigen (gras), om met elkaar mee te leven en respect te hebben voor elkaar (alstroemeria). De figuren van de beeldengroep staan daarom in de vorm van een hart.

2e zondag in de Veertigdagentijd, 28 januari 2021
Vandaag: De dorstigen laven, ‘Ik had dorst en jullie gaven mij te drinken Mattheus 25 vers 35
Na een paar droge zomers lijkt ook bij ons het besef gegroeid dat water niet altijd zomaar aanwezig is. Voor miljoenen mensen is een nog groter gebrek aan goed drinkwater dagelijkse realiteit. Een mens zonder drinken wordt dorstig, raakt uitgeput. Barmhartig ben je als je er dan bent om diegene van water te voorzien. In de Bijbel is dorst vaak ook de dorst naar God. Bijna poëtisch lopen de beelden door elkaar, zoals in Psalm 42: zoals een hert dat naar water snakt, verlangt de dichter naar God. En als Jezus bij een waterput een vrouw uit Samaria tegenkomt, wordt zijn vraag naar water gaandeweg een vraag naar de vrouw zelf. Ook dat is dorst laven: kijken waar mensen droog zijn komen te staan en hoe het komt dat de vreugde weg lijkt. In navolging van Jezus laven we wie dorst heeft. Door mee te helpen mensen van water te voorzien, door te zorgen voor de ziel.

Dorst laven kan op 2 manieren.
Letterlijk: Zorgen dat wereldwijd voor ieder mens water beschikbaar is.
Symboliek: De glazen met water en drijvende blauwe bloempjes van de hyacint symboliseren de verbinding tussen hemel en aarde.
De Ketting van de hyacint bloempjes accentueert het open hart.

Figuurlijk: Bron van levend water zoals Jezus zichzelf noemt o.a. in Johannes 4 gesprek met de Samaritaanse vrouw.
Symboliek: De stenen symboliseren Jezus als rots waaruit het levend water ontspringt, de bron van levend water.
De orchidee-tak symboliseert de liefde en het warmvoelende hart van Jezus.
In navolging van Hem kunnen wij dat doorgeven.

1e zondag in de Veertigdagentijd, 21 januari 2021
Vandaag: de zieken bezoeken: Matteüs 25: 36-37. De PKN werkt alleen dit thema uit maar het vers vervolgt nog; de gevangenen bezoeken. Wij hebben er voor gekozen beide thema’s uit te lichten.
De zieke had een kwetsbare plek in de samenleving in Israël. Mensen liepen er liever met een boog omheen. Niet zelden omdat gedacht werd dat iemand zijn ziekte wel verdiend zou hebben. Wie ziek was stond aan de rand en deed niet meer mee. Radicaal doorbreekt Jezus dit onbarmhartige patroon in de maatschappij door op talloze zieken af te stappen. Daarmee doet Hij meer dan alleen genezen, Hij is hen ook nabij en geeft hen hun plaats te midden van mensen weer terug.
De basis van de schikking wordt gevormd door een open hart (dit keert terug in barmhartigheid).
Het hart dat open staat voor een ander, de ander ziet, medelijden heeft en zich over de ander ontfermt.
Als je zo naar je medemens in nood omkijkt, heb je begrepen waar het God werkelijk om te doen is.
Zorgen voor elkaar uit liefde.
Als achtergrond hebben wij toegevoegd een boomstronk die wel min of meer de vorm van een gaffelkruis heeft deze blijft iedere week staan
Met als ondergrond een spiegel zien we in de glazen vaasjes geneeskrachtige kruiden staan met o.a. lavendel, rozemarijn en munt. De paarse anemonen staan voor zorgzaamheid, gezondheid en de roep om niet alleen gelaten te worden. De anjers staan voor de toewijding en de hypericum voor geneeskracht; deze bloemen symboliseren de medemens die de zieken bezoekt.
Links achter staat een oliekruikje.
Het thema gevangene bezoeken:
Rechtsachter zien we een “Kooi”, de gevangenis met hierin een Chrysant, deze symboliseert ondeugd, de gevangen medemens.
Er naast staan sneeuwklokjes → De weg maar de ander → Troost
Het vaasje met Alstroemeria symboliseert meeleven en begrip. Deze bloemen naast de gevangenis symboliseren de medemens die de gevangenen bezoekt.

Klik hier voor meer foto's.


 
terug