Liturgische bloemschikking Allerzielen

Liturgische bloemschikking Allerzielen
In het midden worden twee mensen verbeeld, mens en medemens. Soms lijkt het wel alsof iemand door God is gestuurd – een engel - om even met je mee te lopen, iets van jouw last mee te dragen. Beide zijn in Gods hand. Dat wordt verbeeld door de witte roos en het vingerblad. De witte voile verwijst naar de opstanding en nieuw leven.
Ik bescherm je voor de wind,
Ik loop naast je als trouwe engel,
We gaan samen, heel je leven lang,

Het bloemstukje vertelt van het vergankelijke leven van de mens (witte chrysanten). De rode alstroemeria staat voor respect en begrip. Er is verdriet (de donkere en verkleurde afhangende takken), er zijn donkere momenten (glas en distel) maar er is ook vreugde en leven (witte anjers en roos). De hemelsleutel en de klimop (Gods trouw die zich aan alles hecht) geven het leven perspectief. 

De glazen vaas vertelt van gedenken. Wij plukken de vruchten van de liefde die wij hebben gekend. De rozebottels zijn rood als die liefde. De herinneringen aan wie we missen houden we levend in onze gedachten. Dat vertellen de leeuwenbekjes en de glazen bollen. Wanneer wij namen noemen en gedenken doen wij dat vol vertrouwen dat wie gestorven is leeft in God licht, en gekend zal zijn met een nieuwe naam. Daarnaar verwijst de witte steen. In Openbaring 2:17 staat te lezen dat wie overwint een steen met een nieuwe naam zal ontvangen.
Tijdens de dienst werd voor alle overleden gemeenteleden een kaars aangestoken.
Hier kunt u alle foto's bekijken.
terug